Achtergrond
Van on-premise doe-het-zelf naar managed in de cloud

Geschreven door Kristian van Tuil

Op naar het datacenter van de toekomst

Het datacenter kan gezien worden als het brein van de organisatie en is altijd al aan veranderingen onderhevig geweest. Maar vooral cloudtechnologie zorgt de laatste tijd voor ingrijpende disruptie. Wij spraken over dit onderwerp met Kevin Leahy, wereldwijd algemeen directeur Data Centre Solutions van Dimension Data.

Het tegenwoordige datacenter staat allang niet meer alleen in de kelder. Ook in de toekomst keert deze niet terug, maar zullen we juist nog meer aan de cloud uitbesteden. Ondanks zorgen die voorbije jaren over security en prestaties werden geuit, geeft ook Leahy onomwonden aan: cloud staat bij bedrijven tegenwoordig centraal in datacenterstrategieën. Uit onderzoek van leverancier RightScale blijkt dat slechts 3 procent van de bedrijven met meer dan 1000 medewerkers niets met cloud doet.

RightScale laat zien dat op dit moment vooral publieke cloud (88 procent) in trek is bij organisaties, maar dat 82 procent dit jaar een strategie heeft om hier samen met het eigen datacenter een hybride omgeving van te maken. Opvallend is dat waar publieke en hybride cloud in populariteit stijgen, dat niet geldt voor private cloud; het aantal implementaties in 2015 stagneert in vergelijking met afgelopen jaar.

Leahy ziet het datacenter van de toekomst hybride. "Dat is wat wij onder het next-gen datacenter verstaan", vertelt hij in gesprek met CIO.nl. Dat private clouds niet het Ei van Columbus blijken te zijn die ze eerder wel werden geacht te zijn, ziet de directeur in de dagelijkse praktijk. "Veel private clouds voldoen niet aan de verwachtingen en dat is zonde van de miljarden die bedrijven erin pompen. Ze hebben vaak een prima virtuele omgeving opgezet, maar niet de investeringen gedaan in processen en automatisering. Dat zijn zaken waar soms jaren overheen kunnen gaan voordat je dit goed voor elkaar hebt. Een private cloud kan prima, maar dan moet je wel reële verwachtingen koesteren."

Dat kun je zelf helemaal niet bouwen

Een echt goede (private) cloud bouw je namelijk niet zomaar als organisatie zelf. "Het grootste gevaar voor de adoptie van cloud zie ik in personen die naar een clouddienst kijken en denken: '...maar dat kan ik zelf ook wel bouwen!' Dat is een zeer naïeve gedachte. Het heeft cloudproviders jaren tijd gekost om alle automatiseringsprocessen goed in te regelen en best practices erin te laten slijten en dat kun je niet zomaar nadoen."

"Als je nu een volledige cloud wilt met multi-tenant functionaliteit, chargeback, self-service, et cetera, dan kun je beter naar de publieke cloud gaan of je wenden tot een cloud provider die een private cloud kan bieden waarin deze wensen zijn verankerd. De meeste private clouds zijn niet veel meer dan solide virtualisatieomgevingen waarin niet veel veranderingen plaatsvinden, de utilisatie hoog is, operationele efficiency hoog en applicaties voorspelbaar gedrag tonen", zegt hij.

Naar de managed cloud

De mentaliteit verandert, ook over het eigen datacenter. "Veel bedrijven willen liefst niets meer met datacenters te maken hebben. Jaren terug voelde niemand zich prettig bij het onderbrengen van assets elders, maar nu hoor je daar niemand meer over", aldus Leahy die aangeeft dat veronderstelde heilige huisjes daarbij omver kunnen worden geschopt. "Natuurlijk blijft fysieke beveiliging van belang en willen bedrijven ook niet zomaar naar de cloud, maar het daadwerkelijk bezitten van een eigen datacenter hoeft allang niet meer. Bedrijven willen beschikken over hosting die energie-efficient werkt, lage latency kent, in de buurt staat van de cloud en zaken als beveiliging en monitoring goed heeft geregeld."

Volgens de Amerikaan blijft daarom slechts één optie over: managed cloud. "Self-service is meer iets voor de hobbyist", zegt hij. Wie serieuze bedrijfsapplicaties laat hosten, doet dit liever managed. "Hiermee houd je ook de kosten beheersbaar omdat de kosten voor self-service altijd pas achteraf bekend worden. Als je iets pas achteraf weet, is dat niet te beheersen; je hebt dan geen keuze. Maar ook als het gaat over de vraag welke data je wel en niet in de cloud mag plaatsen, besteden bedrijven dit het liefst uit."

In wat de industrie het 'next-gen datacenter' noemt, draait het om een combinatie van de on-premises omgeving, de cloud, het netwerk en de beveiliging. Het is een veiliger platform omdat er een beheerlaag omheen gebouwd wordt die naadloos integreert met alle fysieke assets.

In het next-gen, managed datacenter wordt bedrijven een serviceportal geboden tot managed services, zowel in de cloud als on-premises. Daarbij komt volgens Leahy een belangrijk aspect van de cloud om de hoek kijken: het beheer ervan. "De meeste klanten weten namelijk wel hoe ze hun eigen datacenter moeten beheren, ze doen dat misschien niet erg efficiënt, maar ze weten van wanten. Hoe ze dat in de cloud moeten doen, weten ze niet. Dat is een hele andere tak van sport.

Andere manier van beheren

Hoe dat komt? Als je iets lokaal beheert, kijk je naar fysieke assets en houd je parameters als utilisatie in de gaten. Maar in de cloud gaat het om beheersing van consumptie. "Wat stop ik erin, wie gebruikt het en wanneer zet ik het uit? Ook moet ik het netwerk zelf beheren, maar welke kwaliteit van de dienstverlening wil ik dan waarborgen en hoe regel ik dit in?", noemt Leahy als voorbeeldvragen. "Steeds meer bedrijven zien in dat ze daarvoor de hulp van een cloudleverancier goed kunnen gebruiken."

"Waar wijzelf sterk op inzetten is consulting", zegt Leahy. "Wat we anders doen is dat we hebben onderkend dat het niet om de individuele krachten draait. Ik neem als voorbeeld een grote bankklant van ons. Zij hadden EMC naar hun storage-omgeving laten kijken, VMware naar de virtualisatie-omgeving en HP naar de serveromgeving en wisten na die adviezen nog steeds niet wat te doen met hun infrastructuur. Wat wij doen is dat we dankzij onze partners ook naar al deze onderdelen kunnen kijken, maar dat we daarbij kunnen bepalen wat de succesfactoren zijn. Voor virtualisatie is dat bijvoorbeeld het netwerk, security, storage en servermanagement. Heb je één daarvan niet op orde, dan kan daardoor je project mislukken. Elk domein heeft zo zijn eigen bepalende factoren."

"Omdat we dankzij moederbedrijf NTT in ieder domein zitten, kunnen we met de som der delen excelleren en groeien wij waar andere partijen het moeilijk hebben. Concurrenten proberen hetzelfde te doen, maar ze zijn meestal te gehecht aan hun individuele specialismen. Zij leiden met technologie, terwijl ze dat zouden moeten doen met mensen en processen", stelt de directeur.

Voor CIO's die het datacenter toch voor een groot deel in huis willen houden, is energieconsumptie weer op de agenda komen te staan. "Door de financiële crisis is de aandacht voor groene IT verdwenen omdat bedrijven er geen geld aan wilden besteden, alleen wilden besparen", zegt Leahy. "De realiteit is dat bij veel bedrijven de energiekosten niet werden gelieerd aan IT-kosten. De CIO was hiervoor niet verantwoordelijk, dus er lag ook geen focus. Maar groene initiatieven veranderen dit, mede ook vanwege de druk van nieuwe wetgeving. Het staat dus weer op de agenda. Energiekosten blijven het zwaarst wegen in de totale operationele kosten, dus het is een absolute differentiator."

Als je voor jezelf duidelijk hebt wat je wel en niet in de cloud kunt draaien, hoe ziet Leahy dan de toekomst van het eigen datacenter? Wat blijft daarvan over? "Dat is iets wat onze klanten ons ook vragen, wat doe ik met mijn eigen IT? Doen ze dat op één locatie en willen ze bijvoorbeeld de in-house blijvende databases laten verbinden met de cloud? Omdat bedrijven onderhand wel weten dat ze na verloop van tijd steeds meer van hun datacenter naar de cloud gaan overbrengen, zoeken ze ook hulp bij het stelselmatig verkleinen van hun faciliteiten en moderniseren."

IT maakt jouw bedrijf niet beter dan de concurrent

Dat alles naar de cloud gaat, is namelijk logisch in de ogen van de Amerikaan. "Niemand hoeft zijn IT anders dan een ander te beheren. Geen enkel bedrijf differentieert zijn business met hoe snel mensen toegang hebben tot hun e-mail. De vraag is wat met standaard oplossingen af kan. Er is veel vraag naar het gebruik van disruptieve technologie, zoals hyper-converged infrastructure, maar hoe ga je dat beheren als je eigen organisatie daar geen ervaring mee heeft? Niemand heeft daar ook nog processen voor. Ook heb ik nergens changemanagement processen gezien voor SDN. Je kunt besluiten daar zelf in te investeren of een andere partij het voor jou te laten beheren."

"De CIO weet dat hij de controle over IT kwijt is", merkt Leahy stellig op. "Dat bewijzen shadow IT en de opkomst van cloud." De CIO heeft niet meer de touwtjes in handen, maar is nog wel verantwoordelijk. "Hij bepaalt namelijk nog wel wat er gebeurt; zet de strategie neer, maar doet het niet meer allemaal zelf. Dat is simpelweg niet meer mogelijk en ook niet verstandig met alle mogelijkheden voor uitbesteding en managed oplossingen."

Bestaande systemen kunnen gewoon mee in je cloudkoffer

Cloud kun je volgens de Dimension Data-directeur maar het beste zien als een reis, waarbij je niet direct op je bestemming kunt zijn, maar je wel moeten weten wat de bestemming is. Vervolgens kun je hulp krijgen om het juiste pad te bewandelen. "Sommige bedrijven denken dat ze in een rechte lijn naar het doel kunnen, maar zij zien hun inspanningen uitlopen op teleurstellingen. Mijn advies is het stapje voor stapje te doen, waarbij virtualisatie van je eigen omgeving als solide basis dient. Investeringen in processen en automatisering worden vaak vergeten. Bedrijven vergissen zich als ze denken dat eerdere investeringen in bijvoorbeeld virtualisatie in cloud niets waard zijn, dat zijn ze juist wel bij hybride cloud."